Paragraph black on white

Bij een verkeersongeval tussen een motorvoertuig en een voetganger of fietser zijn er speciale aansprakelijkheidsregels, deze zijn vastgelegd in artikel 185 Wegenverkeerswet. Fietsers en voetgangers worden gezien als zwakke verkeersdeelnemers. Daarom is de bestuurder van een motorrijtuig aansprakelijk bij een verkeersongeval. De hoogte van de aansprakelijkheid hangt van de situatie af.

Onder andere auto’s, motoren, vrachtwagens, scooters en snorfietsen zijn motorvoertuigen. De bestuurder van een motorvoertuig is aansprakelijk voor het ongeval met een zwakke verkeersdeelnemer, ook als de zwakke verkeersdeelnemer de bestuurder geen voorrang gaf. De bestuurder is dan toch nog voor minstens 50 procent aansprakelijk voor het ongeval. Uitzondering hierop is als de bestuurder kan aantonen dat er sprake is van overmacht. Een bestuurder dient dan aan te tonen dat hem geen enkel verwijt te maken valt. De Hoge Raad heeft in het arrest ABP/Winterthur, HR 22 mei 1992, NJ 1992, 527, twee voorwaarden vastgelegd voor het aantonen van een overmachtssituatie. De eerste is dat de bestuurder foutloos reed. Als er een fout is gemaakt, dan heeft deze fout niet het ongeval veroorzaakt. Daarnaast waren de fouten van de andere weggebruiker, de zwakke verkeersdeelnemer, zo onwaarschijnlijk dat de bestuurder van het motorvoertuig geen rekening hoefde te houden met deze situatie. In de praktijk blijkt dat een overmachtssituatie heel lastig is om aan te tonen.

Er kan enkel een beroep op de eigen schuld worden gedaan als de zwakke verkeersdeelnemer 14 jaar of ouder is. Ook als het gevaarscheppend gedrag wordt bewezen is de bestuurder alsnog aansprakelijk voor 50% van de schade. Dit blijkt onder andere uit het IZA/Vrerink arrest, HR 28 februari 1992, NJ 1993, 566. Is de zwakke verkeersdeelnemer jonger dan 14 jaar, dan is de bestuurder van het motorvoertuig 100 procent aansprakelijk. Een uitzondering op deze regel komt uit het Ingrid Kolkman arrest van de Hoge Raad, HR, 01-06-1990, nr. 13898. De bestuurder van het motorvoertuig is niet volledig aansprakelijk als hij een beroep kan doen op opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van de jonge verkeersdeelnemer.